Wat maakt deze dans herkenbaar? Wat is typisch, onderscheidend of kenmerkend?

De partners lijken vooral lichaamscontact te hebben op hoog niveau: hoofd tegen hoofd. Vooral zwart, wit en rood in de kleding. Schuifelen zwevend en wat wanordelijk rond en over de dansvloer. Otcho’s: de korte draaibewegingen van de dame, die zich vaak zelfs met gesloten ogen aan de leiding van de heer overgeeft en aanvoelt wat hij aangeeft. Is een buitenbeentje dat niet echt bij ballroom of latin hoort en in dansscholen en op dansavonden weinig aan bod komt, maar wel een hele eigen scene heeft met groepen, lesgevers en zaaltjes zodat de kenners van het circuit zelfs meermaals per week weten waar ze voor hun hobby –vaak passie- terecht kunnen.

Voorbeelden:

Max - Paole Conte
Lied van welk verdriet – Dirk Van Esbroeck
Adios Nonino – Aster Piazzolla

BPM:

Er is geen duidelijke herkomst voor het woord. Tango komt mogelijk van het Latijnse werkwoord tangere: ik raak aan? Of van Tambor: trommel?

(We zochten bij voorkeur korte en duidelijke filmpjes, zonder veel show, spektakel en competitie.
Betere suggesties zijn welkom.)

Argentijnse tango is zowel een stijl in muziek, als in dans en poëzie. De oorsprong is onduidelijk. Aangenomen wordt dat hij eind 19e eeuw is ontstaan aan de oevers van de Rio de la Plata, in Buenos Aires in Argentinië en Montevideo in Uruguay. Daar vermengden dans en muziek van nakomelingen van zwarte slaven zich met die van immigranten uit Europa (zowat de helft uit Italië, een derde uit Spanje) en van caudillos (: Zuid-Amerikaans (groeps)leiders), die op zoek naar werk naar de stad kwamen.

De tango zou zo rond 1880 ontstaan zijn in de ordinairste wijk van Buenos Aires: Barrio de las Ranas. Hij werd gedanst door de "Gaucho’s" (Zuid-Amerikaanse cowboys). De mannen oefenden (bij gebrek aan vrouwen) ook onderling. In die begintijd waren het dus de mannen die samen bepaalde danspassen bedachten en uitprobeerden. De stijl werd milonguero of canyengue genoemd. Zij werden hierbij slechts begeleid door twee muzikanten met een gitaar en een fluit, of een harp. Meermaals leidde een milonga tot ruzies en vechtpartijen…De tango werd in eerste instantie dan ook beschouwd als een ordinaire en vulgaire dans.


Van sommige bewegingen zegt men dat ze hun oorsprong in de hoerenbuurt vinden. De (schaarse) dames zouden met knie en voet trachten de geldbuidel van de heer te raken, om zo te voelen of te horen of er wel klinkende munt in zat. De typische hoofd tegen hoofd houding zou ook bedoeld zijn om in de vestzakken van de heer te kunnen speuren naar contanten. Of om de neus een beetje af te wenden van ongewassen gaucho´s?


In 1920 was de tango voor de eerste keer op film te zien, gedanst door Rudolp Valentino. Zo werd de tango uit de subcultuur van de bordelen tot dans van de Europese en Amerikaanse high society gepromoveerd. De dans sloeg aan. In restaurants, hotels en andere openbare gelegenheden werden "thé tango" of "tango teas" gehouden in de late middag en vroege avond. Een pianist, een klein orkest of een grammofoon zorgde voor muziek. Men danste er tussen de theetafeltjes. De beperkte ruimte zou oorzaak zijn van de vele korte en kleine, slingerende bewegingen. De tango was in die tijd niet aan regels gebonden. Er bestonden zoveel vormen als er dansleraren waren. Dat geldt nu nog voor een groot deel. Argentijnse Tango leeft en verandert nog steeds.

Buenos Aires groeide enorm aan het begin van de twintigste eeuw. Het aantal mensen dat tango danste groeide mee. Ook de muzikale en het aantal de dansgelegenheden nam toe. Er kwamen heuse zalen, waar men elke avond naar een milonga kon gaan. De muziek werd in die tijd altijd live gebracht. Orkesten speelden avond aan avond. Ook de nu typische bandoneon (harmonica of accordeonachtig instrument met lange balg) had inmiddels zijn intrede gedaan vanuit Duitsland. De Duitser Heinrich Band had het instrument in 1854 ontwikkeld voor gebruik in kerken waar geen orgel was. Door de grote toeloop van publiek moesten ook de orkesten groeien om gehoord te kunnen worden boven het geluid van pratende en dansende mensen. Er was namelijk nog geen elektronische versterking. Hierdoor ontstond het orquesta típica.

In de gloriejaren (1930-1950) van de tango leek het of iedere porteño (benaming voor inwoner van de stad) in Buenos Aires aan tango deed. Tango en meedoen was een belangrijk onderdeel van de eigen identiteit geworden. Men ging minstens een keer per week naar een milonga.

 
Sinds midden jaren tachtig wordt de Argentijnse tango wereldwijd meer en meer gedanst. In tal van steden zijn er dansscholen, -zaaltjes en salons. Het aantal Argentijnse tangodansers bijvoorbeeld in Nederland en België loopt in de duizenden. De gemiddelde leeftijd van de dansers en danseressen ligt in de buurt van de 40 jaar. Van tiener tot grijsaard geniet iedere tangero van zijn hobby.

Opmerkelijk is dat de tango ook ontzettend populair is in Finland. Dit land staat volgens sommigen niet bepaald bekend om zijn temperamentvolle bevolking. Toch zijn er daar veel tangowedstrijden. En de muziek wordt er overal in toegepast, van klassieke muziek stukken tot muzak. Sommige Finnen beweren schertsend dat de Argentijnen de tango van hen hebben gestolen. Ook accordeon en bandoneon zijn populair in Finland. De muziek is overwegend melancholisch.


Nog voor de tango daadwerkelijk in Europa gedanst werd heeft hij veel tegenstanders gehad, o.a. de Franse bisschoppen en vele artsen. Maar de voorstanders haalden het uiteindelijk. In 1924 werd de tango in heel Europa ingevoerd. Tegenwoordig worden er twee varianten gedanst. De ballroom tango en de Argentijnse Tango.

De continentale tango lijkt nauwelijks op de oude Argentijnse tango. Hij is absoluut niet meer ordinair te noemen, neigt eerder naar elitair. De strakke, staccato bewegingen, en dan vooral de hoofdacties van de dame zijn kenmerkend voor de tango.

Het zijn nu twee verschillende dansen. Ze verschillen onder andere van muziek, stijl, temperament en karakter. Op de meeste dansscholen wordt de Europese tango geleerd.

Een klassiek tango-orkest, het orquesta tipica bestaat doorgaans uit de bandoneon, piano, viool (vaak meerdere), cello en contrabas. In minder traditionele orkesten hoort men ook drums, elektrische gitaar, mondharmonica en dwarsfluit.

Kenmerkend is onder andere de strakke (gestreken) bas. De melodie-instrumenten (bandoneon en piano) spelen vervolgens daar vrij overheen.

Ook tangomuziek is in beweging. Na Piazolla's Tango Nuevo is er nu Neotango. Wat dat inhoud weet niemand echt, zoals dat gewoonlijk en met de meeste muziekstromingen gaat. De meesten gaan er vanuit dat het in ieder geval nieuw is. De muziek is meer staccato en heeft een duidelijk aanwezig ritme. Het geheel is moderner. Veel gewaardeerde muziek komt van Gotan Project. Dat nieuwe gold destijds ook voor Tango Nuevo. Nu wordt die vooral gezien als de muziek van Piazzolla uit de laat 20ste en begin 21ste eeuw.

De tango espectáculo ook vaak aangeduid als showtango en tango fantasía is ontwikkeld door professionele dansers voor optredens in theatershows. Hier wordt vaak een clichébeeld van de tango weergegeven. De show is er bedoeld om het publiek te imponeren met snelle beenbewegingen en spectaculaire sprongen. In de showtango wordt klassieke tango gecombineerd met moderne dans en ballet. Onder invloed van deze tangoshows zijn verschillende stijlen binnen de salontango ontstaan.

De Argentijnse tango heeft voor de kenners een aantal bekende meesters:

Groepen

Bajofondo Tango Club, Narcotango, Tanghetto, Tango Crash, Tango Nómade en zeker Gotan Project.

Orkestleiders

Miguel Caló, Francisco Canaro, Angel D'Agostino, Juan D'Arienzo, Gustavo Beytelmann, Julio De Caro, Carlos Di Sarli, Roberto Firpo, Juan 'Pacho' Maglio, Ástor Piazzolla, Osvaldo Pugliese, Horacio Salgán, Ricardo Tanturi, Aníbal Troilo, Alfredo de Angelis, Juan María Solare.

Dansers
Pepito Avellaneda, El Cachafaz, Javier en Geraldine, Juan Carlos Copes, Chicho Frumboli, Gustavo Naveira, Petróleo, Antonio Todaro, Pablo Veron, Carlos Gavito, Osvaldo Zotto en Lorena Ermocida.

Zowat iedere school en strekking heeft haar helden.

Dichters
Carlos Bahr, Eladia Blázquez, Jorge Luis Borges, Enrique Cadícamo, Homero Expósito, Horacio Ferrer, Alfredo Le Pera, Homero Manzi, Enrique Santos Discepolo

Zangers
Enrique Campos, Francisco Fiorentino, Carlos Gardel, Roberto Goyeneche, Raul Irriarte, Alberto Podestá, Roberto Rufino, Oscar Serpa, Angel Vargas.

Argentijnse Tango is een levende dans. Er zijn heel veel kleine zaaltjes waar je kunt les volgen en oefenen. Vaak weten de buren zelfs niet eens wat er daar zoal gebeurt. Maar als je er eenmaal aan begint, dan leer je het circuit spoedig kennen, en merk je dat je bijna iedere dag van de week wel ergens kan gaan dansen. En je komt overal bekende gezichten tegen. De incrowd is niet zo groot.

In tegenstelling tot veel dansscholen is het uitnodigen en dansen met andere partners hier wel ingeburgerd. Je moet er hier ook niet van opkijken als je mannen met mannen ziet dansen. De ongeschreven en geheel vrijblijvende dresscode is zwart en rood.